Publicité ▼

Dernières recherches dans le dictionnaire :

venue · bombardon · Inventer · SAGA · Conforme ·
1912 visiteurs en ligne

calculé en 0.406s

   Publicité 

Ecran ▼    Interface ▼    Favoris ▼   

 » 

Choisissez vos langues source et cible.

Résumé des résultats
 traductions   synonymes   réseau sémantique   anagrammes   mots-croisés   exemple   Ebay   catalogue 
 

traductions

 

voir aussi

assaillir (v.)

assaillant, assaut défendre

 

dictionnaire analogique



attaquantaanvaller; aanvalster[Classe]

criminelvogelvrijverklaarde; krimineel; misdadiger; misdadigster; crimineel; delinquent; fijt; onderwereldfiguur; vogelvrij verklaarde[Classe]

passé, avant et précéder(voorafgaan; voorgaan; voorafgaan aan), (persvoorstelling; voorbeschouwing; vooruitblik; preview; voorpremière; voorvertoning), (vroegere tijd; verleden; verleden tijd; oudheid; vervlogen tijden), (voorganger; voorgangster; voorouder; voorloper)[Caract.]

military (en)[Domaine]

ViolentContest (en)[Domaine]

law (en)[Domaine]

Attacking (en)[Domaine]

Attack (en)[Domaine]

opération, opération militairegevechtshandeling, militaire operatie, operatie - entreprise, sociétéakte, bedrijf, bedrijfsorganisatie, firma, handel, handelsonderneming, handelszaak, huis - ante, contrevenant, délinquant, malfaiteur, malfaitricebedrijver, boosdoener, boosdoenster, dader, overtreder, pleger, schuldige - agir, entrer en action, prendre des mesuresdoen, handelen, optreden, tussenkomen - délayer, empêcher, entraver, prévenirafwenden, beletten, hinderen , in de weg staan, letten, tegenhouden, verhinderen , verhoeden, verletten, vermijden, vertragen, voorkomen[Hyper.]

combat, combat de boxebestrijding, bokspartij, bokswedstrijd, wedstrijd - bataille, luttebestrijding, duel, gevecht, kamp, slag, strijd, treffen, tweegevecht, tweekamp, worsteling - bataille, combataanvaring, actie, bestrijding, botsing, collisie, conflict, conflictsituatie, confrontatie, gevecht, kamp, slag, strijd, treffen, veldslag, worsteling - bagarre, baston, bataille, combat, rif, riffe, rifflebokswedstrijd, gevecht, handgemeen, kamp, kloppartij, knokpartij, strijd, treffen, vechtpartij, worsteling - avion de chassegevechtstoestel, gevechtsvliegtuig, jachtvliegtuig, jager - belligérant, combattant, combattantecombattant, kampvechter, oorlogspartij, strijder, strijdster, vechter, vechtster - agresser, attaqueraanvallen - assaillir, attaqueraanranden, aanvallen, attaqueren, storten - attaqueraantasten - attaquer, s'attaquer àaanpakken, een begin maken met, in ernst beginnen met - attaquer verbalementbestormen - agresser, attaqueraanvallen, attaqueren, storten, te lijf gaan - agressionvijandigheid - assautaanranden, attaque - aggression (en) - agresseur, agresseuse, attaquantaanrander, aanvaller, agressor, zedendelinquent - agressifagressief - défense, équipe défendante, équipe défensivedekking, verdedigingsmiddel - défensifdefensief, verdedigend - defendable, defensible (en)[Dérivé]

concurrencer, rivaliserconcurreren, mededingen, meedingen, meten, rivaliseren, rivalizeren, vechten, wedijveren - forces armées, forces militaires, militairekrijgsmacht, legermacht, militair, regeringstroepen, strijdkrachten, troepenmacht - lutter, se battre, se débattrebestrijden, bevechten, kampen, knokken, matten, strijden, tegengaan, vechten[Domaine]

vulnerable (en)[Similaire]

assaillir (v. tr.)



faire bouger[Classe...]

venir qqpart, se diriger vers un lieu, approcher[Classe...]

agiter (chose)[Thème]

venir, arriver en un lieu en nombre(samenstromen; toestromen)[Thème]

factotum (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

s'assembler, se rassembler, se regrouper, se rencontrer, se réuniraantreffen, ontmoeten, tegenkomen, treffen, vergaderen - se rassemblersamenbrengen, samenkomen - accumulation, amoncellement, collection, recueil, sélectionarsenaal, collectie, kollektie, opeenhoping, opeenstapeling, verzameling - accumulation, amoncellement, entassement - attroupement, rassemblementbijeenkomst, bijeenzijn, samenkomst, samenzijn - grande quantité indéfinie[Hyper.]

fouledrom, heer, heir, horde, leger, legerschaar, legioen, massa, menigte, mensenmassa, mensenmenigte, mensenzee, meute, myriade, schaar, schare, sleep, stoet, volk - foule, masses - accumuler, conglomérer, s'accumuler, s'amasser, s'empileraccumuleren, akkumuleren, zich opeenhopen, zich opeenstapelen, zich ophopen, zich opstapelen - empileropstapelen - empiler, entasseraccumuleren, cumuleren, opeenhopen, ophopen, opstapelen, vermenigvuldigen - assaillir, bousculer, s'entasserdrommen, elkaar verdringen, omstuwen, omzwermen, toestromen, toevloeien, zich verdringen - agglomerate (en) - agglomératif - combleopgetast, volgehoopt - heap (en) - bourrer, s'entasserinproppen, mesten, proppen, vetmesten - heap (en) - abondant, copieuxovervloedig[Dérivé]

assaillir (verbe)


Toutes les traductions de ASSAILLONS

   Publicité ▼