Publicité ▲
|
Résumé des résultats
traductions
synonymes
réseau sémantique
anagrammes
mots-croisés
exemple
Ebay
catalogue
|
mécaniser (une production)[Classe]
(faire) devenir autre une propriété[Classe...]
mécaniser (v. tr.)
[V+comp]
munir[Classe...]
mécanisation d'une production — mechanizering; mechanizatie; mechanisering; mechanisatie[Classe]
moteur — motor[Classe]
moteur — (motor), (motorrijtuig; motorvoertuig)[Thème]
factotum (en)[Domaine]
Putting (en)[Domaine]
mechanics (en)[Domaine]
Engine (en)[Domaine]
apporter, approvisionner, fournir, procurer — aanbrengen, aanvoeren, bezorgen, fourneren, leveren, onderhouden, schaffen, toereiken, toevoeren, verschaffen, verstrekken, voorzien, voorzien van - give (en) - accomplissement, achèvement, fin, réalisation — effectuering, effektuering, realisatie, realisering, realizatie, realizering, totstandkoming, vervulling, verwezenlijking - appareil — automaat, machine[Hyper.]
armement — bewapening, oorlogsmateriaal, wapenleverantie, wapenlevering - outfitting (en) - accessoires, installation - appareillage, équipement, matériel, matos — apparatuur, equipage, gerei, inrichting, materiaal, outillage, uitmonstering, uitrusting - équipement, matériel, trousse — bouwdoos, bouwpakket, gereedschap, uitrusting, uitzet - matériel de guerre — oorlogsmaterieel - ensemble — outfit, tenue - outfitter (en) - approvisionnement, fait d'asssurer, fourniture — aanbod, bevoorrading, energiebron, verschaffing - entreprise fournisseuse, fournisseur — fournisseur, leverancier, toeleverancier, toeleveringsbedrijf - approvisionnement, provision, provisions, répertoire, stocks — energiebron, vooraad, voorraad - motorize (en) - motorize (en) - aller en auto, conduire, voyager en véhicule — berijden, per auto reizen - motive, motor (en)[Dérivé]
mécaniser, motoriser, munir d'un moteur — mechaniseren, motoriseren, motorizeren[Nominalisation]
mécaniser (une production)[Classe]
moteur — (motor), (motorrijtuig; motorvoertuig)[termes liés]
équiper — equiperen, geoutilleerd, inrichten, outilleren, toebereiden, toerusten, uitrusten, uitrusting, verdediging, verweer, voorzien van - apporter, approvisionner, fournir, procurer — aanbrengen, aanvoeren, bezorgen, fourneren, leveren, onderhouden, schaffen, toereiken, toevoeren, verschaffen, verstrekken, voorzien[Hyper.]
automatisation, mécanisation, motorisation — motorisering, motorizering - moteur — aandrijving, motor[Dérivé]
mécaniser (v. tr.)