Publicité ▼
Dernières recherches dans le dictionnaire :
calculé en 0.484s
Publicité ▲
|
Résumé des résultats
traductions
réseau sémantique
anagrammes
mots-croisés
exemple
Ebay
catalogue
|
catégorie de mot (grammaire) — woordsoort; rededeel[Classe]
symbole — teken; zinnebeeld; symbool[ClasseHyper.]
adjectif — (adjektief; adj.)[Thème]
racine ILC[Domaine]
racine SUMO[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Character (en)[Domaine]
ConstantQuantity (en)[Domaine]
Counting (en)[Domaine]
feu, panneau, signal, signe — sein, seinlicht, signaal, taalteken, teken - propriété — eigenschap, hoedanigheid, propriëteit - limiter — beperken - identifier, nommer — identificeren - découvrir, déterminer, établir, trouver — bepalen, vaststellen - nommer — aanduiden, aangeven, benoemen, indiceren, tonen - bevinden, steken, uitmaken, verkeren, vormen, zitten[Hyper.]
représenter, symboliser — representeren, staan, symboliseren, verzinnebeelden, voorstellen, weergeven - emblématique, symbolique — emblematisch, symbolisch, zinnebeeldig - size (en) - size (en) - chiffre, nombre — aantal, hoeveelheid, stel - n{#U11}o, n°, no, numéro, numéro d'identification, nº — no., nr, nr., numero, nummer, nº, volgnummer - adjectif numéral, nombre — cijfer, telwoord - chiffre, entier, nombre, nombre entier — getal - listage - liste, rôle — cedel, ceel, enumeratie, lijst, opgave, opsomming, ranglijst - numérotage — enumeratie, nummering, opgave, opsomming - compte, énumération — cijferwerk, enumeratie, nummering, opsomming, rekenmethode, rekenwerk, telling, telwerk - tabulateur — tab, tabulator - fiche, jeton — fiche - counter (en) - recenseur — teller, volksteller - counter (en) - comptable, nombrable — telbaar - mesure, quantité — gehalte, graad, grootheid, hoeveelheid, kwantiteit, maat, maatstelsel, mate, meting - somme, total — eindafrekening, eindbedrag, som, totaal, totaalbedrag - montant, somme, total — eindbedrag, totaal, totaalbedrag[Dérivé]
additionner, sommer — aanbouwen, bijtellen, optellen[Analogie]
symbole — symbool, teken, zinnebeeld - mesure, taille — formaat, kaliber, maat[Hyper.]
keep down, number (en) - énumérer, lister — een lijst maken van, nummeren - compter — rekenen, tellen - číslovat, očíslovat (cs) - monter à, se dénombrer, totaliser — bedragen, komen op[Dérivé]
adjectif numéral (n. m.)
[linguistique]
Toutes les traductions de adjectif numéral
eBay |
L'adjectif. Entre nom et verbe J. Goes (58.52 EUR) Usage commercial de ce terme | grille point de croix règne numéral (0.9 EUR) Usage commercial de ce terme |