Publicité ▼

Dernières recherches dans le dictionnaire :

agrandir · cravate · SE DISSIPER · dissiper · que ·

calculé en 0.86s

   Publicité 

Ecran ▼    Interface ▼    Favoris ▼   

 » 

Choisissez vos langues source et cible.

Résumé des résultats
 traductions   synonymes   réseau sémantique   anagrammes   mots-croisés   conjugaison   exemple   Ebay   catalogue 
 

traductions

baiser

kussen, zoenen

baiser (v.) (V+qqn;se+V (réciproque (distributif));argotique;vulgaire;homme)

aanschroeven, bedvogelen, bekennen, beminnen, bibberen, bijslapen  (oud;manspersoon), bonken, bonzen, cohabiteren  (manspersoon), coïteren, de geslachtsdaad verrichten  (manspersoon), dreutelen, emmeren, figuurzagen, flensen, fleppen, fokken, geslachtsgemeenschap hebben  (manspersoon), ketsen, kezen, kieren, knarren, liefhebben, minnen, naaien, naar bed gaan met  (manspersoon), nemen, neuken  (gemeenzaam;manspersoon), pakken, palen, pezen, poepen, pompen, rammen, rampetampen, rollebollen, schroeven, seksen, slapen, slapen met  (manspersoon), soppen, uitschroeven, vastschroeven, vogelen, vozen, vrijen  (manspersoon), wippen

baiser (v.) (V+qqn;se+V (réciproque (distributif));V + ensemble;argotique;vulgaire;homme)

aanschroeven, afschroeven, bedvogelen, bekennen, beminnen, bibberen, bijslapen  (oud;manspersoon), bonken, bonzen, cohabiteren  (manspersoon), coïteren, de geslachtsdaad verrichten  (manspersoon), dreutelen, emmeren, figuurzagen, flensen, fleppen, fokken, geslachtsgemeenschap hebben  (manspersoon), ketsen, kezen, kieren, knarren, liefhebben, minnen, naar bed gaan met  (manspersoon), nemen, neuken  (gemeenzaam;manspersoon), pakken, palen, pezen, poepen, pompen, rammen, rampetampen, rollebollen, schroeven, seksen, slapen, slapen met  (manspersoon), soppen, uitschroeven, vastschroeven, vogelen, vozen, vrijen  (manspersoon), wippen

 

voir aussi

 

locutions

 

dictionnaire analogique






faire croire[Classe]

habileté d'esprit[Classe]

manœuvre condamnable ou suspecte[Classe]

hypocrisie (vice qui consiste à feindre)hypocrisie; hypokrisie; schijnheiligheid; huichelarij[Classe]

acte malhonnête[Classe]

tromperiebedriegerij; arglistigheid; bedrog; streek; trucage[ClasseHyper.]

mensongeleugen; onwaarheid[Classe]

personne moqueusespotvogel; spotter; spotster[Classe]

tromper(bedriegerij; arglistigheid; bedrog; streek; trucage), (bedrieger; bedriegster; fraudeur; kroonpretendent; troonpretendent; flessentrekker; kwartjesvinder; nepper; oplichter), (wijsmaken; voorwenden; veinzen; pretenderen; voorgeven; doen alsof; overdrijven)[Thème]

factotum (en)[Domaine]

NormativeAttribute (en)[Domaine]

acte hypocrite[DomaineCollocation]

person (en)[Domaine]

SocialRole (en)[Domaine]

law (en)[Domaine]

Pretending (en)[Domaine]

faire une victime de - astuce, stratagèmefoef, foefje, gimmick, handigheid, handigheidje, kneep, kunst- en vliegwerk, kunst-en-vliegwerk, kunstgreep, kunstje, list, maniertje, slimmigheid, slimmigheidje, toer, tour, trick, truc - fauteur de troubles, perturbateur, semeur de troubles, trublionlastpost - arnaquer, duperie, escroquerie, filouteriezwendel[Hyper.]

canular, caractère frauduleux, dissimulation, fraude, illusion, mystification, supercherie, tromperiebedriegerij, bedrog, beduvelarij, begoocheling, fraude, kloterij, misleiding, mystificatie, mystifikatie, veinzerij, verlakkerij, verneukerij, verzwijging - illusion - hallucination, illusionwaan, waanvoorstelling - tromperie - illusion - trompeurmisleiden - illusoire, qui induit en erreur, trompeurbedrieglijk, misleidend, onoprecht - fauxvals - [ avoir qqn ], attraper, avoir, baiser, berlurer, berner, bidonner, couillonner, dindonner, doubler, duper, embobeliner, embobiner, en faire accroire, escroquer, faire une farce, faire un tour, feinter, gruger, induire en erreur, jouer un tour, leurrer, mener en bateau, mystifier, niquer, posséder, rouler, rouler dans la farine, trahir, tromper, tromper qqnbedonderen, bedotten, bedriegen, beduvelen, beetnemen, belazeren, besodemieteren, bezwendelen, bij de neus nemen, dubbel spel spelen met, een poets bakken, een streek uithalen, foppen, iemand om de tuin leiden, kattekwaad uithalen, misleiden, om de tuin leiden, op het verkeerde been zetten, oplichten, te slim af zijn, van de wijs brengen, voor de gek houden - escroc, tricheur, tricheuse, trompeur, trompeusebedrieger, flessentrekker, kwartjesvinder, nepper, oplichter, volksverlakker - artificieux, futé, malin, matois, risqué, rusé, sournoisglad, listig, onbetrouwbaar, schalks, sluw - pigeonnerafzetten, oplichten - éviterdrukken, indekken, mijden, omzeilen, ontwijken, pareren, riposteren, smokkelen, vermijden - monter un bateaubedriegen - blague, espièglerie, farce, plaisanterie, polissonnerie, tourapenstreek, apestreek, bokkensprong, bokkesprong, capriool, gambade, geintje, gekheid, grap, kattekwaad, kattenkwaad, kwajongensstreek, lol, mop, paskwil, poets, schelmenstreek, streek - duper, escroquer, roulerfrauderen, oplichten, rotzooien, zwendelen[Dérivé]

finasser[CeQui~]

fourbe, sournoisgluiperig, onbetrouwbaar[Propriété~]

rusé, ruséegeslepen, listig, listige, sluw[CeQuiEst~]

baiser (v. tr.) [argotique] [V+qqn]


faire l'amour avec qqnbijslapen; cohabiteren; naar bed gaan met; de geslachtsdaad verrichten; geslachtsgemeenschap hebben; neuken; slapen met; vrijen; aanschroeven; bedvogelen; bekennen; bibberen; bonken; bonzen; coïteren; dreutelen; emmeren; figuurzagen; flensen; fleppen; fokken; ketsen; kezen; kieren; knarren; nemen; pakken; palen; pezen; poepen; pompen; rammen; rampetampen; rollebollen; seksen; soppen; vastschroeven; vozen; wippen; beminnen; liefhebben; uitschroeven; afschroeven[Classe]

monter, couvrir une femelle[Classe]

s'accoupler, coïter (avec, ensemble)[Classe]

agir ensemble[Classe...]

plaisir sexuelorgasme; climax[Classe]

accouplement chez l'être humain(bijslaap; geslachtsdaad; coïtus; copulatie; kopulatie; geslachtsgemeenschap; paringsdaad), (bijslapen; cohabiteren; naar bed gaan met; de geslachtsdaad verrichten; geslachtsgemeenschap hebben; neuken; slapen met; vrijen; aanschroeven; bedvogelen; bekennen; bibberen; bonken; bonzen; coïteren; dreutelen; emmeren; figuurzagen; flensen; fleppen; fokken; ketsen; kezen; kieren; knarren; nemen; pakken; palen; pezen; poepen; pompen; rammen; rampetampen; rollebollen; seksen; soppen; vastschroeven; vozen; wippen; beminnen; liefhebben; uitschroeven; afschroeven), (bijslapen; cohabiteren; naar bed gaan met; de geslachtsdaad verrichten; geslachtsgemeenschap hebben; neuken; slapen met; vrijen; aanschroeven; bedvogelen; bekennen; bibberen; bonken; bonzen; coïteren; dreutelen; emmeren; figuurzagen; flensen; fleppen; fokken; ketsen; kezen; kieren; knarren; nemen; pakken; palen; pezen; poepen; pompen; rammen; rampetampen; rollebollen; seksen; soppen; vastschroeven; vozen; wippen; beminnen; liefhebben; uitschroeven; afschroeven)[Thème]

racine ILC[Domaine]

racine SUMO[Domaine]

sexuality (en)[Domaine]

SexualReproduction (en)[Domaine]

physiology (en)[Domaine]

art (en)[Domaine]

SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]

s'affilier, se rassembler, se réuniraaneensluiten, aansluiten, bijschuiven, invoegen - activité sexuelle, cul, sexe, sexualité, vie sexuellebijslaap, cohabitatie, coïtus, copulatie, gemeenschap, geslachtsdaad, geslachtsverkeer, liefdesdaad, lijfsgemeenschap, minnespel, neukpartij, nummertje, sex, wip, wippertje - bedroom furniture (en) - attraction physique, concupiscence, désir, désir sexuel - conjoint de même sexe, personne significative - hétéro, hétérosexuelhetero, heterofiel, heteroseksueel, heterosexueel - câliner, caresserflikflooien, minnekozen, tortelen, vrijen - formulationuiting[Hyper.]

accouplement, acte charnel, acte de chair, acte sexuel, coït, commerce, copulation, la chose, rapport charnel, rapports, rapport sexuel, relation, relation charnelle, relations, relation sexuellebijslaap, coïtus, copulatie, geslachtsdaad, geslachtsgemeenschap, kopulatie, paringsdaad - accouplement, unionconjugatie, paring, paringsdaad, vervoeging - couple, paire - couplepaar - mate (en) - mâle/femelle, ouse, partenaireassocié, compagnon, danser, danspartner, echtgenoot, firmant, handelsgenoot, partner, vennoot, wederhelft - coïtal - avoir des rapports, avoir des rapports sexuels, avoir des relations sexuelles, baiser, besogner, connaître, coucher, coucher avec, culbuter, être intime avec, faire l'amour, niqueraanschroeven, afschroeven, bedvogelen, bekennen, beminnen, bibberen, bijslapen, bonken, bonzen, cohabiteren, coïteren, de geslachtsdaad verrichten, dreutelen, emmeren, figuurzagen, flensen, fleppen, fokken, geslachtsgemeenschap hebben, ketsen, kezen, kieren, knarren, liefhebben, minnen, naar bed gaan met, nemen, neuken, pakken, palen, pezen, poepen, pompen, rammen, rampetampen, rollebollen, schroeven, seksen, slapen, slapen met, soppen, uitschroeven, vastschroeven, vogelen, vozen, vrijen, wippen - couchernaar bed brengen - bed (en) - pelotageaanhaling - necker - archaiserarchaïseren - archaïsantarchaïstisch[Dérivé]

hospital room (en) - chambre, chambre à coucher, pièceraadkamer, slaapkamer, slaapvertrek[Desc]

obsceniteit, platheid, schunnigheid, smerigheid, straattaal, vulgarisme, vulgariteit - argot, jargon, patoisargot, Bargoens, beroepstaal, boeventaal, dieventaal, gemeenzame taal, groepstaal, jargon, kringtaal, slang, terminologie, vakjargon, vaktaal, vakterminologie[Domaine]

baiser (v. tr. intr. pron.) [argotique , vulgaire , homme] [V+qqn • se+V (réciproque (distributif)) • V + ensemble]



baiser (verbe)


Toutes les traductions de baiser

eBay
  

ETIQUETTE GAMAY GENEVE BAISER ROUGE LEVRES FEMME BOUCHE (1.0 EUR)

Usage commercial de ce terme

Gravure - Le divin baiser - P.A.Lefebvre - 1898 (1.0 EUR)

Usage commercial de ce terme

CPA FANTAISIE ART DECO-KITCH-COUPLE-AMOUREUX-BAISER-H8 (1.0 EUR)

Usage commercial de ce terme

CPA FANTAISIE ART DECO-KITCH-COUPLE-AMOUREUX-BAISER-H12 (1.0 EUR)

Usage commercial de ce terme

STATUE BRONZE/MARBRE LE BAISER SIGNéE RODIN (1.0 EUR)

Usage commercial de ce terme

CPA FANTAISIE ART DECO-KITCH-COUPLE-AMOUREUX-BAISER-H7 (1.55 EUR)

Usage commercial de ce terme

Achat sur eBay et aides linguistiques
Définitions et traductions accessibles en 1 double-clic !

   Publicité ▼