Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
locutions
réseau sémantique
mots-croisés
conjugaison
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
↘ administratief ↗ besturen, de leiding hebben over, dirigeren, leiden, reguleren, sturen
administratie, bestuur, bewindvoering, directie, heerschappij, toezicht
aanvoering, administratie, bedrijfsleiding, beheersing, bestuur, bestuurscollege, commissariaat, directie, direktie, hoofdbestuur, leiderschap, leiding, management, opperbestuur, staf, top
administreren, bestieren, besturen, dirigeren, gaan, gezag hebben over, hanteren, het beheer hebben over, het toezicht hebben op, houden, managen, omgaan met, regie, runnen, superviseren, toezicht hebben, toezicht houden, toezicht houden op
financieel beheer • het beheer hebben over • in gemeentelijk beheer nemen
beheer van afvalstoffen • beheer van de hulpbronnen • beheer van landbouwgrond • comité van beheer EG • financieel beheer • ruimtelijk beheer
Beheer van grote grazers in Nederland • Besluit Beheer Sociale Huursector • Centraal Beheer Achmea • De Heus Beheer • Informatie Beheer Groep • Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland
EUROVOC
administratie; beheer[Classe]
besturen, de leiding hebben over, dirigeren, leiden, reguleren, sturen[Nominalisation]
beheer (n.)
administratie; beheer[ClasseHyper.]
(accountancy; accounting; boekhouding), (geldbedrag; geldsom; somma), (trustmaatschappij)[termes liés]
beheer (n.)
ensemble de personnes de classe soc. élevée (fr)[Classe]
ensemble de personnes qui dirigent (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
administration (en)[Domaine]
Managing (en)[Domaine]
cie, cie., college, comité, commissie, kamer - administratie, beheer, landsregering, overheidsdienst, regering[Hyper.]
beheerraad, bestuur, board, hoofdbestuur, opperbestuur, raad, raadscollege[Hyper.]
administratie, bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, directie, directielid, leiding, management[membre]
beheer (n.)
activiteit; aktiviteit; werkzaamheid; bedrijvigheid; drukte; bezigheid; occupatie; werking; werkzaamheden[ClasseHyper.]
ensemble des phénomènes (fr)[ClasseParExt.]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
psychology (en)[Domaine]
SocialInteraction (en)[Domaine]
actie, daad, handeling, verrichting - coöpereren, op elkaar inwerken, samendoen, samenwerken[Hyper.]
in leven - actief - genot, hantering, manipulatie - beheer, beheersing - controller, restrainer (en) - manipulateur (fr)[Dérivé]
inactiviteit[Ant.]
factotum (en)[Domaine]
agent (en)[Domaine]
beheersen[Dérivé]
beheer (n.)
zich inbeelden; zich verbeelden; zich indenken; zich voorstellen; imagineren; nagaan[Classe]
inventer (fr)[Classe]
écrire un roman (fr)[Classe]
légiférer (fr)[Classe]
administrer (fr)[Classe]
autorité politique (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]
administration (en)[Domaine]
Position (en)[Domaine]
Founding (en)[Domaine]
politics (en)[Domaine]
Government (en)[Domaine]
groupe social (fr) - opstellen, ordenen, rangschikken, schikken, structureren, vormgeven - bedenken, concipiëren, ontwerpen, plannen, programmeren, smeden, uitdenken, uitstippelen, van plan zijn, verzinnen, vinden - behandelen, bestieren, besturen, managen, zorgen - doen, in elkaar zetten, laten, maken, produceren, vervaardigen - organisation politique (fr)[Hyper.]
constitueren, grondvesting, oprichting, statuten, statuut, stichting, vestigen, vestiging - behandeling, inrichting, organisatie, rangschikking, schikking - organisatie - agenda électronique, assistant personnel, PDA (fr) - organisation (fr) - bestel, inrichting, organisatie, organisme, stelsel, systeem - administratie, beheer, landsregering, overheidsdienst, regering - coördinator, coördinatrice, koördinator, koördinatrice - arrangeur, organisator, regelaar - orchestration (en) - ing., ingenieur, ir., onderhoudstechnicus, techneut, technicus, technologe, technoloog - organisator - initiatiefnemer, initiator - besturend, leidend, regelend - adm., administratie, regulatie - administrateur, administratrice, beheerder, beheerster, bestuurder, bestuurster, kaderlid, manager, staflid - administrateur - administrateur - presidentschap - administrable (en) - administratief, bestuurlijk, bestuurs- - lichaam, structuur - formatie, opstelling, stelling - gebieden, heersen, overheersen, regeren[Dérivé]
beleid, bestuur, gouvernement, politiek, regering, regeringsbeleid, regeringspolitiek, regime[Domaine]
ontregelen[Ant.]
administration (en)[Domaine]
OrganizationalBoard (en)[Domaine]
apparaat, instantie, lichaam, orgaan[Hyper.]
organiseren, overkoepelen, uitgaan - bedenken, instrumenteren, leiden, orkestreren, uitdenken, uitkienen, uitknobbelen, uitvinden, verzinnen - administreren, beheren, bestieren, besturen, managen - stage (en) - former, s'organiser (fr)[Dérivé]
beheer (n.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
agent (en)[Domaine]
music (en)[Domaine]
Position (en)[Domaine]
free_time (en)[Domaine]
Music (en)[Domaine]
weergeven - bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - commandement, conduite, direction (fr) - componist, musicienne, musicus, muziekbeoefenaar, muzikant, muzikante, toondichter, toonkunstenaar, toonzetter - actief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - concerteren, optreden, opvoeren, performen, spelen, uitvoeren, weggeven[Hyper.]
concretisering, effectuering, implementatie, implementering, opbouw, prestatie, realisatie, realisering, tenuitvoerlegging, totstandbrenging, totstandkoming, uitvoer, uitvoering, verwerkelijking, verwezenlijking, volbrenging - acteur, actrice, doener, iemand die iets doet, practicus, pragmaticus - exécutant (fr) - beheren, dirigeren, houden, regie, runnen - conduct (en) - conduire, mener (fr) - aanvoeren, leiden - componist, instrumentalist, instrumentaliste, instrumentist, musicienne, musiciënne, musicus, muziekbeoefenaar, muzikant, muzikante, orkestlid, speler, toondichter, toonkunstenaar, toonzetter - musical (en) - conducting (en) - dirigent[Dérivé]
gekweel, gezang, het zingen, zang, zangkunst, zanguitvoering - muziek - muz., muziek, toonkunst[Domaine]
doen, gebeuren, uitvoeren, verrichten, zaken doen[Hyper.]
conducting (en) - hoofdrol - dirigent[Dérivé]
muz., muziek, toonkunst - conduct (en)[Domaine]
beheren (v.)
régler (fr)[Classe]
décider (fr)[Classe]
exercer le pouvoir sur (fr)[Classe]
organiser (fr)[Classe]
responsable d'une société (entreprise) (fr)[Classe]
personne à qui est confiée la gestion de qqch (fr)[Classe]
personne qui organise (fr)[ClasseParExt...]
relatif à l'administration (fr)[Classe]
propre, spécifique à qqch (fr)[Classe...]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
administration (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
OrganizationalBoard (en)[Domaine]
politics (en)[Domaine]
Position (en)[Domaine]
Managing (en)[Domaine]
bestieren, besturen, bevelen, managen - afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten - apparaat, instantie, lichaam, orgaan - kopstuk, ouwe, topfiguur, topman, voornaamste - boedelheerder, pandhouder, vogd - ambtsperiode, ambtstermijn, ambtsvervulling, beschikkingsrecht, pachtstelsel[Hyper.]
voogdij, voogdijschap - bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - behandeling - africhtster - manageable (en) - administreren, beheren, bestieren, besturen, managen - organiseren, overkoepelen, uitgaan - bedenken, instrumenteren, leiden, orkestreren, uitdenken, uitkienen, uitknobbelen, uitvinden, verzinnen - organiseren - organiseren - bondspresident - president, rector - bondspresident - president, voorzitter - rector - bestuurder, moderamen, praeses, pres., president, president-directeur, president-direkteur, presidente, voorz., voorzitster, voorzitter, voorzittersshap - administratie, beheer, landsregering, overheidsdienst, regering - administratief, bestuurlijk[Dérivé]
business, commerce, commercie, handel, handelsverkeer, zaak[Domaine]
behandelen, bestieren, besturen, managen, zorgen[Hyper.]
adm., administratie, regulatie - beheer, landsregering, overheidsdienst, regering - administrateur, administratrice, beheerder, beheerster, bestuurder, bestuurster, kaderlid, manager, staflid - 유언집행자 (ko) - decision maker (en) - presidentschap - administrable (en) - administratief, bestuurlijk, bestuurs-[Dérivé]
beheren (v.)
vérifier (fr)[Classe]
légiférer (fr)[Classe]
administrer (fr)[Classe]
métier : courses hippiques (fr)[Classe]
aanvoerder; aanvoerster; hoofd; leider; leidster; chef; cheffin[Classe]
entraîneur d'animaux (fr)[Classe]
entraîneur sportif (fr)[Classe]
(wielrenner; wielrenster; coureur), (wielerkoers)[termes liés]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
administration (en)[Domaine]
Position (en)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Managing (en)[Domaine]
person (en)[Domaine]
leader (en)[Domaine]
behandelen, bestieren, besturen, managen, zorgen - contrôle social (fr) - bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - lestoestel, lesvliegtuig, trainer - mentor, promotor, studiementor, supervisor - meerdere[Hyper.]
adm., administratie, regulatie - administratie, beheer, landsregering, overheidsdienst, regering - administrateur, administratrice, beheerder, beheerster, bestuurder, bestuurster, kaderlid, manager, staflid - administrateur - administrateur - presidentschap - administrable (en) - administratief, bestuurlijk, bestuurs- - beheren, gaan, gezag hebben over, hanteren, het toezicht hebben op, omgaan met, superviseren, toezicht hebben, toezicht houden, toezicht houden op - afluisteren, begeleiden, coachen, controleren, superviseren - begeleiden, coachen - handle (en) - rentmeesterschap - leiden, regisseren - leiding - bestuur-, directeur- - beheersbaarheid, uitvoerbaarheid - manageably (en)[Dérivé]
coachen[PersonneQui~]
atletiek, sportbeoefening[Domaine]
administreren, beheren, bestieren, besturen, managen[Hyper.]
bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - surveillance, toezicht - bedrijfsleider, coach, gerant, manager, oefenmeester, oefenmeesteres, trainer, trainster - beheerder, bestuurder, dir., directeur, dirk, regisseur - hoofdopzichter, opzichter, politiechef, politiecommissaris, superintendent - mentor, promotor, studiementor, supervisor - manageable (en) - supervisie-[Dérivé]
beheren (v.)
Toutes les traductions de beheer
eBay |
OPRICHTING EN BEHEER VAN EEN VZW VRAAGBAAK (6.0 EUR) Usage commercial de ce terme | |