Publicité ▼
Dernières recherches dans le dictionnaire :
calculé en 0.297s
Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
réseau sémantique
mots-croisés
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
administreren, afdraaien, afspelen, behandelen, beheren, besturen, bevelen, draaien, lopen, managen, zorgen
officier supérieur : terre (fr)[ClasseParExt.]
officier supérieur : air (fr)[ClasseParExt.]
officier supérieur (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
modalAttribute (en)[Domaine]
sociology (en)[Domaine]
SocialRole (en)[Domaine]
kracht - autoriteit, bevoegdheid, dominantie, gezag, machtiging, overheersing, overmacht, recht, zeggenschap - krijgslieden, krijgsman, krijgsvolk, militair, soldatenvolk - baas, concertmeester, hoofdman, koploper, kopman, leidersfiguur, leidsman, lijstaanvoerder, lijsttrekker, meester, meesteres, voorman, windbreker - officier - eenling, enkeling, figuur, iemand, individu, mens, particulier, persoon, sterveling, stervelinge, zelfstandige, ziel - positie, standing, status[Hyper.]
bestieren, besturen, bevelen, managen - commanderen - commanderie (fr) - bedwingen, begrenzen, beperken, indammen, inkrimpen, inperken, limiteren, terugdringen - belemmeren, bezwaren, inbinden - vasthouden - beheersen - bedreigen, dreigen, intimideren, terroriseren - achterhouden, ophouden[Dérivé]
krijgsmacht, legermacht, militair, regeringstroepen, strijdkrachten, troepenmacht[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
macht - bevel - legeraanvoerder, legerbevelhebber, legercommandant, legerleider, splitshamer, veldheer - bevelhebber - bevelvoerder, commandant, commandante, kommandant, majoor, overste - controller, restrainer (en) - conducere, şefie, vârf (ro)[Dérivé]
bestieren (v.)
dépendance (fr)[Classe]
chose non tangible qui protège (fr)[Classe]
appui moral ou financier accordé à qqn (fr)[Classe]
(achternaam; familienaam; alias; bijnaam; geslachtsnaam; van)[termes liés]
(betittelen; betuttelen; bedillen; bevoogden)[termes liés]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
agent (en)[Domaine]
Maintaining (en)[Domaine]
Managing (en)[Domaine]
patient (en)[Domaine]
doen, handelen, optreden, tussenkomen - bescherming, beschutting, beveiliging, protectie - contrôle social (fr) - bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - agent, commissionair, vertegenwoordiger[Hyper.]
macht - bevel - legeraanvoerder, legerbevelhebber, legercommandant, legerleider, splitshamer, veldheer - bevelhebber - legeraanvoerder, legerbevelhebber, legercommandant, legerleider, splitshamer, veldheer - bevelhebber, bevelvoerder, commandant, commandante, kommandant, majoor, overste, veldheer - controller, restrainer (en) - commande (fr) - effecter, effector (en) - effect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, resultaat, uitkomst, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - behandelen, bestieren, besturen, managen, zorgen - aanstellen, aanwijzen, benoemd, benoemen, designeren, maken - tutor (en) - behoeder, beschermer, beschermheer, beschermster, beschermvrouw, beschermvrouwe, bewaarder, bewaker, hoeder, protector, schutsheer, titelverdediger, voogd - beheren, gaan, gezag hebben over, hanteren, het toezicht hebben op, omgaan met, superviseren, toezicht hebben, toezicht houden, toezicht houden op - behandelen, bewerken - beheersbaarheid, uitvoerbaarheid - manageably (en)[Dérivé]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
bestieren, besturen, bevelen, managen - afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten[Hyper.]
voogdij, voogdijschap - bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - behandeling - africhtster - manageable (en)[Dérivé]
bestieren (v.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
commerce (en)[Domaine]
Corporation (en)[Domaine]
Position (en)[Domaine]
behandelen, bestieren, besturen, managen, zorgen - actief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - activité commerciale (fr) - adm., administratie, regulatie - zakenman[Hyper.]
bedrijfsleider, beheerder, bestuurder, dir., directeur, dirk, gerant, manager, regisseur - besturend, leidend, regelend - bedienen, besturen, sturen - in elkaar grijpen, koppelen - afdraaien, afspelen, bestieren, besturen, draaien, lopen, managen[Dérivé]
doen, handelen, optreden, tussenkomen[Cause]
business, commerce, commercie, handel, handelsverkeer, zaak[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
leiden, regisseren[Hyper.]
werking - opération (fr) - running (en) - computeroperator, operator, procesoperator[Dérivé]
bestieren (v.)
régler (fr)[Classe]
décider (fr)[Classe]
exercer le pouvoir sur (fr)[Classe]
organiser (fr)[Classe]
responsable d'une société (entreprise) (fr)[Classe]
personne à qui est confiée la gestion de qqch (fr)[Classe]
personne qui organise (fr)[ClasseParExt...]
relatif à l'administration (fr)[Classe]
propre, spécifique à qqch (fr)[Classe...]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
administration (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
OrganizationalBoard (en)[Domaine]
politics (en)[Domaine]
Position (en)[Domaine]
Managing (en)[Domaine]
bestieren, besturen, bevelen, managen - afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten - apparaat, instantie, lichaam, orgaan - kopstuk, ouwe, topfiguur, topman, voornaamste - boedelheerder, pandhouder, vogd - ambtsperiode, ambtstermijn, ambtsvervulling, beschikkingsrecht, pachtstelsel[Hyper.]
voogdij, voogdijschap - bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - behandeling - africhtster - manageable (en) - administreren, beheren, bestieren, besturen, managen - organiseren, overkoepelen, uitgaan - bedenken, instrumenteren, leiden, orkestreren, uitdenken, uitkienen, uitknobbelen, uitvinden, verzinnen - organiseren - organiseren - bondspresident - president, rector - bondspresident - president, voorzitter - rector - bestuurder, moderamen, praeses, pres., president, president-directeur, president-direkteur, presidente, voorz., voorzitster, voorzitter, voorzittersshap - administratie, beheer, landsregering, overheidsdienst, regering - administratief, bestuurlijk[Dérivé]
business, commerce, commercie, handel, handelsverkeer, zaak[Domaine]
behandelen, bestieren, besturen, managen, zorgen[Hyper.]
adm., administratie, regulatie - beheer, landsregering, overheidsdienst, regering - administrateur, administratrice, beheerder, beheerster, bestuurder, bestuurster, kaderlid, manager, staflid - 유언집행자 (ko) - decision maker (en) - presidentschap - administrable (en) - administratief, bestuurlijk, bestuurs-[Dérivé]
bestieren (v.)