Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
locutions
réseau sémantique
mots-croisés
conjugaison
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
agricultuur, agrikultuur, akkerbouw, boerderij, boeren, boerenhoeve, boerenhofstede, boerenhofstee, hoeve, hofstede, hofstee, landbouw, landbouwbedrijf, management, zeggenschap
klasse; stand; eersteklas; kl.; maatschappelijke klasse[ClasseHyper.]
Descripteurs EUROVOC (fr)[Thème]
sociology (en)[Domaine]
Group (en)[Domaine]
de mensen, men, natie, oudelui, ouders, ouwelui - canaille, crapuul, gemeen, gepeupel, goegemeente, grauw, het publiek, janhagel, lui, mensen, personen, plebs, publiek, racaille, rapaille, voetvolk, volk[Hyper.]
class structure (en)[membre]
beschouwen als, classificeren, clusteren, groeperen, indelen, klasseren, onderbrengen, plaatsen in, rangschikken, rubriceren, sorteren, uitspitten, uitzoeken - degraderen[Dérivé]
boerenbedrijf (n.)
secteur primaire (fr)[Classe]
botanie; plantkunde; botanika; botanica; fytologie; plantenleer[Classe]
boer[Classe]
(veld; terrein), (aarde; aardbodem; grond; teelaarde)[Thème]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
agriculture (en)[Domaine]
Maintaining (en)[Domaine]
Agriculture (en)[Domaine]
Position (en)[Domaine]
fabricage, fabricatie, productie, produktie, vervaardiging[Hyper.]
bebouwen, cultiveren, ontginnen - kweken, planten, telen, verbouwen - boerderij, boerenbedrijf, boerenhoeve, boerenhofstede, boerenhofstee, hoeve, hofstede, hofstee - landbouwgewas, landbouwproduct, landbouwproducten, landbouwprodukt, landbouwprodukten, produkten, veldgewas - growth (en) - akkerbouwer, bouwboer, cultivator, groentekweker, kweekster, kweker, landbouwdeskundige, landbouwer, landbouwkundige, planter, plantster, roefel, teelster, teler - akkerbouwer, bouwboer - opgroeien - bebouwen, boeren, opgroeien - agricultuur, agro-industrie, akkerbouw, bio-industrie, landbouw, landbouwbedrijf, landbouwindustrie[Dérivé]
bewerken, cultiveren, kultiveren, kweken, telen, verbouwen[PersonneQui~]
landbouwbedrijf; boerenbedrijf; boeren; agrikultuur; akkerbouw; landbouw; agricultuur; zeggenschap; management[ClasseHyper.]
agronomie; landbouwkunde[Classe]
(veld; terrein), (aarde; aardbodem; grond; teelaarde)[termes liés]
agriculture (en)[Domaine]
Maintaining (en)[Domaine]
bebouwing, beschaving, bouw, cultuur, grondbewerking, kweek, teelt, teling, verbouw[Hyper.]
bebouwen, boeren, opgroeien - akkerbouwer, bouwboer, cultivator, groentekweker, kweekster, kweker, landbouwdeskundige, landbouwer, landbouwkundige, planter, plantster, roefel, teelster, teler[Dérivé]
boerenbedrijf (n.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Region (en)[Domaine]
agriculture (en)[Domaine]
Agriculture (en)[Domaine]
point géographique (fr) - kweken, planten, telen, verbouwen - bekleden, werken[Hyper.]
boerderij, boerenbedrijf, boerenhoeve, boerenhofstede, boerenhofstee, hoeve, hofstede, hofstee - landbouwgewas, landbouwproduct, landbouwproducten, landbouwprodukt, landbouwprodukten, produkten, veldgewas - growth (en) - akkerbouwer, bouwboer, cultivator, groentekweker, kweekster, kweker, landbouwdeskundige, landbouwer, landbouwkundige, planter, plantster, roefel, teelster, teler - akkerbouwer, bouwboer - farming, land (en)[Dérivé]
agriculture (en)[Domaine]
Farm (en)[Domaine]
werkgebied, werkplaats, werkplek[Hyper.]
bebouwen, boeren, opgroeien - het boerenbedrijf uitoefenen[Dérivé]
boerenbedrijf (n.)