Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
réseau sémantique
mots-croisés
conjugaison
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
↘ -gericht
administratie, bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, bestuurslid, directie, direktielid, leiding, management
ensemble de personnes de classe soc. élevée (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
administration (en)[Domaine]
OrganizationalBoard (en)[Domaine]
apparaat, instantie, lichaam, orgaan[Hyper.]
organiseren, overkoepelen, uitgaan - bedenken, instrumenteren, leiden, orkestreren, uitdenken, uitkienen, uitknobbelen, uitvinden, verzinnen - administreren, beheren, bestieren, besturen, managen - organiseren - organiseren[Dérivé]
directielid (n.)
métier : catégorie socio-professionnelle (fr)[Classe...]
employé cadre (grade) d'une organisation (fr)[Classe]
assemblée délibérante (fr)[Thème]
administration (en)[Domaine]
Commission (en)[Domaine]
person (en)[Domaine]
groupMember (en)[Domaine]
bestuursorgaan - collega, medewerker, metgezel[Hyper.]
aanbevelen, bedrijven, begaan, bevelen, plegen, toevertrouwen - commissaris, commissielid - ledenaantal, ledental, lidmaatschap - ledenaantal, ledental, lidmaatschap[Dérivé]
belangengroepering, belangenvereniging, groep van belanghebbenden, pressiegroep - bond, bondsstaat, confederatie, federatie, statenbond - beraadslaging, beraadslagingen, convent, conventie, deliberatie, dialoog, overleg, vergadering - beraadslaging, beraadslagingen, deliberatie, dialoog, huisvergadering, overleg - beheerraad, board, concilie, gemeenteraad, ministerraad, raad, raadscollege, sanhedrin[Desc]
sous-participant (fr)[Ant.]
cadre administratif supérieur (fr)[Classe]
assemblée délibérante (fr)[termes liés]
cie, cie., college, comité, commissie, kamer[membre]
lidmaat[Hyper.]
directielid (n.)
vérifier (fr)[Classe...]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
politics (en)[Domaine]
SocialInteraction (en)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Guiding (en)[Domaine]
administration (en)[Domaine]
Managing (en)[Domaine]
actie - bestieren, besturen, bevelen, managen - afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten - administreren, beheren, bestieren, besturen, managen[Hyper.]
voogdij, voogdijschap - bedrijfspolitiek, bedrijfsvoering, bestiering, directielid, leiding, management - behandeling - africhtster - manageable (en) - surveillance, toezicht - bedrijfsleider, coach, gerant, manager, oefenmeester, oefenmeesteres, trainer, trainster - bedrijfsleider, beheerder, bestuurder, dir., directeur, dirk, gerant, manager, regisseur - hoofdopzichter, opzichter, politiechef, politiecommissaris, superintendent - mentor, promotor, studiementor, supervisor - supervisie-[Dérivé]
factotum (en)[Domaine]
Managing (en)[Domaine]
contrôle social (fr)[Hyper.]
behandelen, bestieren, besturen, managen, zorgen - beheren, gaan, gezag hebben over, hanteren, het toezicht hebben op, superviseren, toezicht hebben, toezicht houden, toezicht houden op[Dérivé]
directielid (n.)