Publicité ▼

Dernières recherches dans le dictionnaire :

tal · P.N.B. · vifs · FLOP · IMPOLIE ·
1150 visiteurs en ligne

calculé en 0.375s

   Publicité 

Ecran ▼    Interface ▼    Favoris ▼   

 » 

Choisissez vos langues source et cible.

Résumé des résultats
 traductions   synonymes   réseau sémantique   anagrammes   mots-croisés   exemple   Ebay   catalogue 
 

traductions

ouvrir (v.) (se+V)

opengaan, zich openen

 

voir aussi

 

locutions

 

dictionnaire analogique




action d'ouvriropening; ontsluiting[ClasseHyper.]

racine ILC[Domaine]

racine SUMO[Domaine]

factotum (en)[Domaine]

Transfer (en)[Domaine]

Closing (en)[Domaine]

changergaan, kenteren, keren, lopen, marcheren, veranderen, verlopen - geste, mouvementbeweging, mechaniek - changement d'intégrité - outilhandgereedschap - être, être humain, homme, humain, humaine, individu, mortail, mortel, mortelle, personne physique, portail mobile, portail nomade, portail sans fileenling, enkeling, figuur, iemand, individu, mens, particulier, persoon, sterveling, stervelinge, zelfstandige, ziel - changer, modifierovergaan[Hyper.]

zijpad - changement, coup de théâtre, tournantskentering, ommekeer, ommezwaai, omslag, revolutie, wending - ouvrirontgrendelen, ontsluiten, ontvouwen, opendoen, open doen, openen, openmaken, openvouwen, openzetten, uitvouwen - ouvrir, s'ouvrirontsluiten, open doen, openen, opengaan - déplier, étendreontvouwen, openschuiven, openslaan, openvouwen, opslaan, spreiden, uitleggen, uitslaan, uitspreiden, uitvouwen - dépaqueter, ouvriropenmaken, uitpakken - délier, dénouer, détacherafbinden, losbinden, losknopen, ontstrikken - défairelosmaken - détacherlosmaken - ouvertureopening - afdamming - voletblind, luik, raamluik, rolluik, schuifdeksel, vensterluik - obturateurblind, lensafsluiter, luik, raamluik, rolluik, sluiter, vensterluik[Dérivé]

ouvrirontgrendelen, ontsluiten, opendoen, opendraaien, openen, openknippen, openmaken, openschuiven, openslaan, opensnijden, openstellen, openzetten[Nominalisation]

devenirverkleuren, worden - changer, devenir, se changer, se transformerdraaien, omgaan, worden[Domaine]

fermeturesluiting - fermer, se fermerdichtgaan, sluiten[Ant.]

factotum (en)[Domaine]

Motion (en)[Domaine]

ouvrir
















ouvrir (verbe)



ouvrir (verbe)


Toutes les traductions de ouvrirait

   Publicité ▼