Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
locutions
réseau sémantique
mots-croisés
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
↘ printer ≠ aandoen, aandraaien, aanknippen, aanzetten, inschakelen
afdrukken, afzetten, bedrukken, blijken, blussen, doven, drukken, komen na, leiden, opdrukken, op elkaar volgen, opvolgen, overdrukken, prenten, printen, resulteren, uitblussen, uitdoen, uitdoven, uitknippen, uitkomen, uitlopen, uitmaken, uitmonden, uitpakken, uitprinten, uitschakelen, uitvallen, uitwaaien, uitzetten, vallen, volgen, volgen op, voortkomen, voortvloeien
écrire (fr)[Classe]
zegelmerk; verzegeling; afstempeling; stempelafdruk; cachet; stempel; lakzegel[Classe]
moule (fr)[Classe]
inscription (fr)[Thème]
imprimer (fr)[Thème]
(was; lak; lakverf; meubelwas; wrijfwas; oorsmeer; boenwas; zegellak)[termes liés]
drawing (en)[Domaine]
Publication (en)[Domaine]
opération d'imprimerie (fr)[DomainRegistre]
pièce de monnaie et médaille (fr)[DomainDescrip.]
tracer sur une surface (fr) - afdruk, afdruksel, drukwerk, opdruk[Hyper.]
drukker - printer (en) - boekdrukkunst, druk, drukkerij, druktechniek, het drukken - gedrukte tekst - drukker, printer, typograaf - afdrukken, bedrukken, drukken, opdrukken, overdrukken, prenten, printen, uitdraaien[Dérivé]
inscrire (fr)[Classe]
indrukken[Hyper.]
afdruk, opdruk[Dérivé]
uitdraaien (v. tr.)
verbes ayant pour COD un événement (fr)[Classe...]
être cause que : faire + Ginf (fr)[Classe...]
faire cesser qqch (fr)[Classe]
lumière (fr)[Classe]
faire cesser une action, un événement (fr)[Thème]
faire cesser qqch (fr)[Classe]
faire cesser une source d'éclairage (fr)[ClasseParExt.]
récepteur d'ondes (fr)[DomaineCollocation]
feu (fr)[DomaineCollocation]
uitdraaien (v. tr.)
survenir avant - après (fr)[ClasseOppos.]
conséquence finale (fr)[Classe]
important (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
causes (en)[Domaine]
bevinden, steken, uitmaken, verkeren, vormen, zitten - afloop, afwerking, einde, ontknoping, uiteinde - fenomeen, manifestatie, verschijnsel - graad, level, niveau, peil, plan[Hyper.]
komen na, leiden, op elkaar volgen, opvolgen, resulteren, uitdraaien, uitkomen, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen, volgen, volgen op, voortkomen, voortvloeien - achterlaten, nalaten - consequent, konsekwent - bewerkstelligen, teweegbrengen, veroorzaken - afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten - aflopen, uitlopen[Dérivé]
het gevolg zijn van, resulteren uit, volgen uit, voortkomen uit[CeQui~]
erop volgend[Similaire]
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
blijken, leiden, resulteren, uitdraaien, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen[Hyper.]
rendement, resultaat, uitkomst, uitslag - effect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - eindpunt - consequent, konsekwent[Dérivé]
uitdraaien (v. tr.)
drawing (en)[Domaine]
Writing (en)[Domaine]
beschrijven, tekenen, uittekenen[Hyper.]
auteur, schrijfster, schrijver[Dérivé]
tracer sur une surface (fr)[Hyper.]
uitdraaien (v. tr.)
factotum (en)[Domaine]
instance (en)[Domaine]
uitdraaien (v. tr.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
industry (en)[Domaine]
TurningOnDevice (en)[Domaine]
in elkaar grijpen, koppelen - gaan, kenteren, keren, lopen, marcheren, veranderen, verlopen - omzetten, overgooien[Hyper.]
contact, schakelaar, schakelknop, stroomwisselaar, wisselaar - renversement (fr) - achteruit - changement, rotation (fr) - antoniem, tegendeel - reversible (en)[Dérivé]
omdraaien, omkeren[Analogie]
afzetten, uitdoen, uitdraaien, uitknippen, uitschakelen, uitzetten[Ant.]
industry (en)[Domaine]
Motion (en)[Domaine]
omzetten, overgooien[Hyper.]
omdraaien, omkeren[Analogie]
aandoen, aandraaien, aanknippen, aanzetten, inschakelen[Ant.]
uitdraaien (v. tr.)
écrire (fr)[Classe]
copier (fr)[Classe]
inscrire (fr)[Classe]
recopier (copier sur qqch, ce qui est inscrit) (fr)[Classe]
factotum (en)[Domaine]
Copying (en)[Domaine]
aanmaken, creëren, regisseren, scheppen, vervaardigen, voortbrengen - filmopname[Hyper.]
afdruk, afschrift, copie, doorslag, duplicaat, duplikaat, kopie, transcriptie - weergave - afdrukken, drukken, printen, uitdraaien, uitprinten[Dérivé]
copiëren, kopiëren, reproduceren, weergeven[Hyper.]
épreuve de photo, épreuve photographique, tirage photographique sur papier (fr)[Dérivé]
uitdraaien (v. tr.)