Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
locutions
réseau sémantique
mots-croisés
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
blijken, invallen, komen na, leiden, lekken, lopen, op elkaar volgen, opvolgen, resulteren, stromen, uitdraaien, uitkomen, uitlopen, uitpakken, uitstromen, uitvallen, uitvloeien, vallen, vervallen, vervloeien, vloeien, volgen, volgen op, voortkomen, voortvloeien, vlieten (literary)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
halen, komen - confidentie, instroom, ontboezeming, overvloeiing, spui, verlaat, watersnood, watervloed, wolkbreuk[Hyper.]
ejaculatie, emissie, uitstraling, zaadlozing, zaaduitstorting - emanatie - uitlopen, uitmonden, uitstromen, uitvloeien, vallen[Dérivé]
earth (en)[Domaine]
Motion (en)[Domaine]
emaneren[Hyper.]
effusion (en)[Dérivé]
uitmonden (v.)
survenir avant - après (fr)[ClasseOppos.]
conséquence finale (fr)[Classe]
important (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
causes (en)[Domaine]
bevinden, steken, uitmaken, verkeren, vormen, zitten - afloop, afwerking, einde, ontknoping, uiteinde - fenomeen, manifestatie, verschijnsel - graad, level, niveau, peil, plan[Hyper.]
komen na, leiden, op elkaar volgen, opvolgen, resulteren, uitdraaien, uitkomen, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen, volgen, volgen op, voortkomen, voortvloeien - achterlaten, nalaten - consequent, konsekwent - bewerkstelligen, teweegbrengen, veroorzaken - afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten - aflopen, uitlopen[Dérivé]
het gevolg zijn van, resulteren uit, volgen uit, voortkomen uit[CeQui~]
erop volgend[Similaire]
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
blijken, leiden, resulteren, uitdraaien, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen[Hyper.]
rendement, resultaat, uitkomst, uitslag - effect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - eindpunt - consequent, konsekwent[Dérivé]
uitmonden (v.)
partir, quitter un lieu (fr)[Classe]
stroompje; beek; kreek; rivierarm[Classe]
lieu, endroit, construction de petite taille (fr)[ClasseParExt.]
snelheid; gang; gangetje; tempo; vaart; vaartje; rijsnelheid; vaarsnelheid[Classe]
(afwatering; afvoer)[Thème]
(bloed)[Thème]
(neus; gok; stoomfluit; tuit)[Thème]
mucosité (fr)[Thème]
(fluïdum; fluaadum)[termes liés]
liquide (sujet) (fr)[DomaineCollocation]
chose fluide (fr)[DomaineCollocation]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
BodyMotion (en)[Domaine]
LiquidMotion (en)[Domaine]
Motion (en)[Domaine]
orientation (en)[Domaine]
metrology (en)[Domaine]
TimeDependentQuantity (en)[Domaine]
gaan, kenteren, keren, lopen, marcheren, veranderen, verlopen - beweging, omzetting, stroming, translocatie, transpositie, verplaatsing - changement de lieu, déplacement (fr) - stroom - hoek, kant, richting, weg, zijde - beek, laak, lee, rivier, vloed, watering, waterloop, wetering - tempo[Hyper.]
beweging, mechaniek - lopen, stromen, vloeien - lekken, lopen, stromen, uitlopen, uitmonden, uitstromen, uitvloeien, vallen, vervloeien, vlieten, vloeien - flow (en) - stromen - flow (en) - débiter, verser (fr) - waterig, zacht - afsnijden, ruimen, wenden[Dérivé]
hangen, hechten, staan, stilstaan, stilzitten, stoppen, vastliggen, vastzitten[Ant.]
couler (se déplacer, pour un liquide) (fr)[Classe]
(bloed)[termes liés]
(neus; gok; stoomfluit; tuit)[termes liés]
mucosité (fr)[termes liés]
factotum (en)[Domaine]
LiquidMotion (en)[Domaine]
bouger, changer de position (fr)[Hyper.]
beek, stroming, stroom - circulation (fr) - discharge, outpouring, run (en) - koers - ruisselet (fr) - stroomsnelheid[Dérivé]
uitmonden (v.)
factotum (en)[Domaine]
instance (en)[Domaine]
uitmonden (v.)
vormen[Hyper.]
uitmonden (v.)