Publicité ▼
Dernières recherches dans le dictionnaire :
calculé en 0.438s
Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
réseau sémantique
mots-croisés
conjugaison
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
≠ abandonneren, loslaten, neerleggen, opdoeken, opgeven, opheffen, prijsgeven, verlaten
effect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, resultaat, uitkomst, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, voortvloeisel, werking, werkzaamheid
achtervolgen, continueren, doorgaan, hervatten, najagen, voortzetten
aanhouden, achternazitten, achtervolgen, bestendigen, blijven, blijven .., consolideren, continueren, doorbijten, doordouwen, doorgaan, doorgaan met, doorlopen, doorzetten, gecontinueerd, hooghouden, houden, kontinueren, lopen, nazetten, nazitten, stabiliseren, standhouden, uitzingen, volhouden, voortbouwen, voortduren, voortgaan, voortgaan met, voortgezet, voortzetten
effet (résultat) (fr)[Classe]
être l'effet de = avoir pour cause (fr)[Classe]
verschijnsel; fenomeen; manifestatie[ClasseHyper.]
important (fr)[Classe]
achèvement (fr)[Thème]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Physical (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
agent (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
natuurverschijnsel - bewerken, bewerking, ontwikkelingsgang, proces, verloop - aanbrengen, aanrichten, aanstichten, bezorgen, brengen, geven, kweken, leiden, stichten, teweegbrengen, veroorzaken, verschaffen - doen, handelen, optreden, tussenkomen - finir (fr) - blijken, leiden, resulteren, uitdraaien, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen - donner, produire (fr)[Hyper.]
effectuering, effektuering, realisatie, realisering, realizatie, realizering, totstandkoming, vervulling, verwezenlijking - effet (fr) - effecter, effector (en) - effect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, resultaat, uitkomst, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - effet (fr) - bekwaam - aantrekkelijk, doelmatig, doeltreffend, effectief, efficiënt, werkzaam - rendement, resultaat, uitkomst, uitslag - eindpunt - consequent, konsekwent[Dérivé]
laisser (fr) - leave (en)[Domaine]
erop volgend[Similaire]
conséquence finale (fr)[Classe]
factotum (en)[Domaine]
causes (en)[Domaine]
het gevolg zijn van, resulteren uit, volgen uit, voortkomen uit[CeQui~]
fenomeen, manifestatie, verschijnsel[Hyper.]
bewerkstelligen, teweegbrengen, veroorzaken - afleggen, doen, gebeuren, verrichten, zitten - aflopen, uitlopen - komen na, leiden, op elkaar volgen, opvolgen, resulteren, uitdraaien, uitkomen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen, volgen, volgen op, voortkomen, voortvloeien - achterlaten, nalaten - consequent, konsekwent[Dérivé]
vervolg
duur; tijdsduur[Classe]
ensemble de choses qui se suivent (fr)[Classe...]
vervolg (n.)
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
earlier (en)[Domaine]
afloop, afwerking, einde, ontknoping, uiteinde[Hyper.]
komen na, leiden, op elkaar volgen, opvolgen, resulteren, uitdraaien, uitkomen, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen, volgen, volgen op, voortkomen, voortvloeien - achterlaten, nalaten - consequent, konsekwent - posteriority, subsequence, subsequentness (en) - vervolg - achteraf, daarna, daaropvolgend, later, naderhand, nadien, toen[Dérivé]
voorafgaand[Ant.]
rendement, resultaat, uitkomst, uitslag[Hyper.]
erop volgend[Dérivé]
vervolg (n.)
conclusion et fin du livre (fr)[Classe]
kompletering; komplement; completering; complement[Classe]
(top; grootste; hoogste; maximum; meeste), (anderzijds; aan de andere kant; omgekeerd)[Caract.]
extrémité (fr)[Caract.]
literature (en)[Domaine]
Text (en)[Domaine]
document (fr)[Hyper.]
ajouter (fr) - extra[Dérivé]
parties annexes, parties annexes en fin d'ouvrage (fr)[Desc]
vervolg (n.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
in contact komen - actief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - durée (fr) - naijleffect, wachttijd[Hyper.]
speech (en) - babbeltje, conversatie, gesprek, kout, praatje, samenspraak - veel praats - expansif (fr) - doordrammen, doordrijven, doorreizen, doorzagen, hernemen - continueren, doorlopen, gecontinueerd, vervolgen, voortbouwen, voortgezet, voortzetten - aanhouden, continueren, cultiveren, doorbijten, doordouwen, doordrammen, doordrijven, doorgaan, doorgaan met, doorlopen, doorzetten, houden, lopen, onderhouden, standhouden, verdergaan, verder gaan, volhouden, voortduren, voortgaan met, voortzetten, vorderen - doorgaan - doorgaan met - doorgaan - langer doen duren, prolongeren, rekken, uitlopen, verlengen - doorzetten - aanblijven - aanblijven, blijven, overblijven - landurig, lang, langdradig, langdurig, langgerekt, proletariërs aller landen, verenigt U![Dérivé]
bea aindiging[Ant.]
factotum (en)[Domaine]
Speaking (en)[Domaine]
converseren, spreken over[Hyper.]
bestendiging, hervatting, vervolgblad, voortzetting - verlenging[Dérivé]
vervolgen (n.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
agent (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
Maintaining (en)[Domaine]
subProcess (en)[Domaine]
afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten - actief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - durée (fr) - naijleffect, wachttijd - aanhouden, behouden, bewaren, bijhouden, handhaven, houden, onderhouden, uitzingen - doen, handelen, optreden, tussenkomen - afbouwen, afkomen, aflopen, eindigen, gedaan zijn, gereedkomen, klaarkomen, nokken, ophouden, stoppen, uitgaan, uitscheiden, vervallen, wegvallen[Hyper.]
actie, daad, handeling, verrichting - actie, aktie, handeling, rechtshandeling, verrichting - manoeuvre, zet - werkzaamheid - doordrammen, doordrijven, doorreizen, doorzagen, hernemen - continueren, doorlopen, gecontinueerd, vervolgen, voortbouwen, voortgezet, voortzetten - aanhouden, continueren, cultiveren, doorbijten, doordouwen, doordrammen, doordrijven, doorgaan, doorgaan met, doorlopen, doorzetten, houden, lopen, onderhouden, standhouden, verdergaan, verder gaan, volhouden, voortduren, voortgaan met, voortzetten, vorderen - doorgaan - doorgaan met - doorgaan - langer doen duren, prolongeren, rekken, uitlopen, verlengen - doorzetten - aanblijven - aanblijven, blijven, overblijven - landurig, lang, langdradig, langdurig, langgerekt, proletariërs aller landen, verenigt U! - verdediger, voorstander - preservation (en) - bestendiging, hervatting, vervolgblad, voortzetting - verlenging[Dérivé]
abstineren, onthouden - bea aindiging - abandonneren, loslaten, neerleggen, opdoeken, opheffen, prijsgeven, verlaten[Ant.]
factotum (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
doen, handelen, optreden, tussenkomen[Hyper.]
bestendiging, hervatting, vervolgblad, voortzetting - verlenging[Dérivé]
aanhouden, bestendigen, blijven, consolideren, continueren, doorbijten, doordouwen, doorgaan, doorlopen, doorzetten, gecontinueerd, hooghouden, houden, lopen, stabiliseren, standhouden, uitzingen, vervolgen, volhouden, voortbouwen, voortduren, voortgaan, voortgezet, voortzetten - continua, relua, urma (ro)[Domaine]
discontinuer (fr)[Ant.]
vervolgen (v.)
acte de persécution (fr)[ClasseEnsembleDe]
mauvais traitement (fr)[Classe]
personne exerçant une domination, un pouvoir sur qqch. (fr)[Classe]
employeur qui tire un profit abusif (fr)[Classe]
personne cruelle (fr)[Classe]
contraire à la justice, à l'équité (fr)[Classe]
contraignant (fr)[Classe]
violent (personnes) (fr)[Classe]
les trois premiers siècles de l'Église (fr)[termes liés]
(ondergeschiktheid; onderschikking; onderwerping; submissie; gebondenheid)[termes liés]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]
qualificatif d'un type de pouvoir autoritaire (fr)[DomainJugement]
bekvechten, belagen, bestoken, ergeren, iemand ergeren, iemand lastig vallen, kwellen, lastigvallen, lastig vallen, moeilijkheden bezorgen, piekeren, plagen, storen, teisteren - het mishandelen, misbruik, mishandeling, molestatie, wangebruik - personne déplaisante, personne désagréable (fr) - onderdrukker, onderdrukster[Hyper.]
kruisdood, kruisiging, kruisoffer - bezetenheid - frustratie - harassment, torment (en) - achtervolger, kweller, vervolger - vervolgen - benauwen, neerslaan, onderdrukken, verdrukken - afknijpen, afmartelen, afpijnigen, folteren, geselen, kwellen, martelen, pijnigen, plagen, teisteren, tormenteren - afknijpen, folteren, geselen, kwellen, martelen, pijnigen, plagen, teisteren, tormenteren - afmartelen, afpijnigen[Dérivé]
persécuter (fr)[Nominalisation]
oppresser (fr)[PersonneQui~]
erezaak, geloof, geloofsovertuiging, gewetenszaak, godsdienst, kloosterleven, religie[Domaine]
bazig[Similaire]
factotum (en)[Domaine]
SubjectiveAssessmentAttribute (en)[Domaine]
afmartelen, afpijnigen[Hyper.]
actie, persecutie, prosecutie, rechtsvervolging, vervolging - onderdrukker, onderdrukster - achtervolger, kweller, vervolger - tiranniek[Dérivé]
vervolgen (v.)
faire appel (juridiction) (fr)[Thème]
suivre une procédure juridique (fr)[DomaineCollocation]
vervolgen (v. tr.)
vervolgen (v. tr.)
verbes ayant pour COD un événement (fr)[Classe...]
continueren; kontinueren; voortgaan met; voortzetten; doorgaan met; blijven ..; vervolgen[ClasseHyper.]
vervolgen (v. tr.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Keeping (en)[Domaine]
Translocation (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
StopFn (en)[Domaine]
bondgenoot, donateur, donatrice, medestander, supporter, voorvechter, vriend - gesteldheid, hoedanigheid, staat, standing, status, voorwaarde - bewegen, doorreizen, koersen, tijgen, voortbewegen - doen, handelen, optreden, tussenkomen[Hyper.]
verdediger, voorstander - houdbaar, verdedigbaar - handhaven, herbevestigen - aanblijven - aanhouden, bestendigen, blijven, consolideren, continueren, doorbijten, doordouwen, doorgaan, doorlopen, doorzetten, gecontinueerd, hooghouden, houden, lopen, stabiliseren, standhouden, uitzingen, vervolgen, volhouden, voortbouwen, voortduren, voortgaan, voortgezet, voortzetten - aanhouden, behouden, bewaren, bijhouden, handhaven, houden, onderhouden, uitzingen - progressie, voorschot, voortgang - bestendiging, hervatting, vervolgblad, voortzetting - verlenging - bea aindiging - pitstop, stop, tussenlanding, tussenstop - arrêt (fr) - het staken - rustperiode - rupture (fr)[Dérivé]
doorgaan[Domaine]
discontinuer (fr)[Ant.]
factotum (en)[Domaine]
Maintaining (en)[Domaine]
aanhouden, behouden, bewaren, bijhouden, handhaven, houden, onderhouden, uitzingen[Hyper.]
verdediger, voorstander - preservation (en)[Dérivé]
continueren, doorlopen, gecontinueerd, vervolgen, voortbouwen, voortgezet, voortzetten - aanhouden, cultiveren, doorbijten, doordouwen, doordrammen, doordrijven, doorgaan met, doorzetten, houden, lopen, onderhouden, standhouden, verdergaan, verder gaan, volhouden, voortduren, voortgaan met, vorderen[Domaine]
abandonneren, loslaten, neerleggen, opdoeken, opheffen, prijsgeven, verlaten[Ant.]
vervolgen (v. tr.)
mouvement en avant (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
transport (en)[Domaine]
Translocation (en)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Motion (en)[Domaine]
IntentionalProcess (en)[Domaine]
Maintaining (en)[Domaine]
actief, activiteit, aktiviteit, bedrijvigheid, bezigheid, drukte, occupatie, werking, werkzaamheden, werkzaamheid - aanhouden, behouden, bewaren, bijhouden, handhaven, houden, onderhouden, uitzingen[Hyper.]
beweging, omzetting, stroming, translocatie, transpositie, verplaatsing - motoriek, voortbewegen, voortbeweging - motoriek - beweging - changement de lieu, déplacement (fr) - reiziger - mover (en) - bewegings- - opschieten, redden, verder komen, vlotten, voortschrijden, vooruitgaan, vooruitgang boeken, vooruitkomen, vorderen, vorderingen maken - advance (en) - aflopen op, avanceren, doorlopen, doormarcheren, toelopen op, voorbijglijden, voortgaan, voortschrijden, voorttrekken, vooruitgaan - voortbewegen - continueren, doorlopen, gecontinueerd, vervolgen, voortbouwen, voortgezet, voortzetten - doordrammen, doordrijven, doorreizen, doorzagen, hernemen - aanhouden, continueren, cultiveren, doorbijten, doordouwen, doordrammen, doordrijven, doorgaan, doorgaan met, doorlopen, doorzetten, houden, lopen, onderhouden, standhouden, verdergaan, verder gaan, volhouden, voortduren, voortgaan met, voortzetten, vorderen - doorgaan - doorgaan met - verdediger, voorstander - preservation (en)[Dérivé]
bewegen, verplaatsen, verroeren[Domaine]
tenir en place (fr) - retreat (en) - bea aindiging - abandonneren, loslaten, neerleggen, opdoeken, opheffen, prijsgeven, verlaten[Ant.]
factotum (en)[Domaine]
Translocation (en)[Domaine]
bewegen, doorreizen, koersen, tijgen, voortbewegen[Hyper.]
progressie, voorschot, voortgang - bestendiging, hervatting, vervolgblad, voortzetting[Dérivé]
vervolgen (v. tr.)
Toutes les traductions de vervolg
eBay |
E.T. OP DE GROENE PLANEET WILLIAM KOTZWINKLE VERVOLG (1.0 EUR) Usage commercial de ce terme | Crussade , Van de makers van Babylon 5, Het vervolg (10.0 EUR) Usage commercial de ce terme |