Publicité ▼
Dernières recherches dans le dictionnaire :
calculé en 0.437s
Publicité ▲
|
Résumé des résultats
synonymes
locutions
réseau sémantique
mots-croisés
exemple
Ebay
catalogue
traductions
|
aanbieden, afkomstig zijn van, afleiden uit, komen, komen na, leiden, ontspringen, ontspruiten, ontstaan, op elkaar volgen, opkomen, opstuiten, opvolgen, resulteren, stammen, teruggaan, uitdraaien, uitkomen, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen, volgen, volgen op, voortbrengen, voortspruiten, voortvloeien, wortelen
survenir avant - après (fr)[ClasseOppos.]
conséquence finale (fr)[Classe]
important (fr)[Classe]
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
causes (en)[Domaine]
bevinden, steken, uitmaken, verkeren, vormen, zitten - afloop, afwerking, einde, ontknoping, uiteinde - fenomeen, manifestatie, verschijnsel - graad, level, niveau, peil, plan[Hyper.]
komen na, leiden, op elkaar volgen, opvolgen, resulteren, uitdraaien, uitkomen, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen, volgen, volgen op, voortkomen, voortvloeien - achterlaten, nalaten - consequent, konsekwent - bewerkstelligen, teweegbrengen, veroorzaken - afleggen, doen, gebeuren, teweegbrengen, verrichten, zitten - aflopen, uitlopen[Dérivé]
het gevolg zijn van, resulteren uit, volgen uit, voortkomen uit[CeQui~]
erop volgend[Similaire]
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
blijken, leiden, resulteren, uitdraaien, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen[Hyper.]
rendement, resultaat, uitkomst, uitslag - effect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - eindpunt - consequent, konsekwent[Dérivé]
voortkomen (v.)
avoir, posséder telle propriété (fr)[Classe...]
voortkomen (v.)
factotum (en)[Domaine]
result (en)[Domaine]
blijken, leiden, resulteren, uitdraaien, uitlopen, uitmonden, uitpakken, uitvallen, vallen[Hyper.]
rendement, resultaat, uitkomst, uitslag - effect, gevolg, kracht, naspel, nawerking, resultaat, uitkomst, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, vervolg, voortvloeisel, werking, werkzaamheid - eindpunt - consequent, konsekwent[Dérivé]
voortkomen (v.)
racine ILC (fr)[Domaine]
racine SUMO (fr)[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
Process (en)[Domaine]
origin (en)[Domaine]
aanzet - aanvang - afspelen, gebeuren, gebeuren met of aan, geschieden, gevallen, omgaan, passeren, plaatsgrijpen, plaatshebben, plaatsvinden, spelen, voltrekken[Hyper.]
beginnen[Nominalisation]
als eerste doen - innoveren - aanstellen, aanwijzen, benoemd, benoemen, designeren, maken, nomineren, opwerpen - scheppen - bedrijven, begaan, institutionaliseren, institutionalizeren, plegen - baseren, instellen, institueren, oprichten, opzetten, stichten - aanbieden, komen, ontspringen, ontspruiten, ontstaan, opkomen, opstuiten, stammen, teruggaan, voortbrengen, voortkomen, voortspruiten, wortelen - innovantes, innovateur (fr) - originate (en) - verkleuren, worden - te voorschijn komen[Dérivé]
origineel[Similaire]
ontplooien, ontwikkelen, rijpen - ontspinnen[Domaine]
factotum (en)[Domaine]
origin (en)[Domaine]
komen, ontspruiten, ontstaan, opkomen, stammen, voortkomen, voortspruiten[Hyper.]
creatie - Gen., genese, genesis, ontstaan, ontstaansgeschiedenis, wording, wordingsgeschiedenis, wordingsproces - uitgroeisel, uitwas - kiem, kiem-[Dérivé]
ontspinnen[Domaine]
voortkomen (v.)